Rijk is de vent die veel spreekwoorden kent
Man toch, wat hou ik van spreekwoorden. De appel valt niet ver van de boom. Mijn oma verrast me regelmatig met nooit eerder gehoorde spreekwoordakkoorden. Vorige maand nog. Uit het niets kreeg ik 10 totaal onverdiende euro’s in m’n pollen gestopt. ‘Oma, da’s heel lief maar het hoeft echt niet.’ Mooie poging Ine, niet heel sterk als argument, maar ‘t is een begin. ‘Ineke, ‘t kan beter van een stad als van een dorp!’ BAM. Mijn beurt. Komaan Ine, zég iets. ‘Alé vooruit, danku oma!’ Shit. Mijn zwakke plek. Verslagen met een spreekwoord. Het is een machtig wapen. Gevaarlijk doeltreffend. Ik ga naar huis met 10 euro. Gelukkig ben ik een spreekwoord rijker.
Spreekwoorden zijn super. Ze spreken niet alleen voor zich, maar ook voor zoveel andere situaties. Hoe genereus. En ingenieus. Een staaltje ingenerieusiteit. Ik ga trouwen. Niet nu. Maar ik trouw met de man die voor mij een spreekwoord uitvindt. Je moet weten welk vlees je in de kuip hebt. Als een man een spreekwoord uitvindt, is hij ok. Ik ben niet veeleisend, ik hoef geen ingenieur. Maar ik pleeg een moord voor de man die mij met spreekwoorden bekoort. Mijn ingenerieur.